|
Het Meetnet van de NMV
Het paddenstoelenmeetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), een landelijk samenwerkingsverband tussen de overheid en een aantal particuliere gegevensbeherende organisaties (PGO's), waarin de aantalsontwikkelingen van allerlei organismen worden gevolgd. Zie ook de NEM-website. Het paddenstoelenmeetnet wordt georganiseerd door de Nederlandse Mycologische Vereniging in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van het Ministerie van LNV, Directie Natuur, gegevensautoriteit i.o. |
|
|
Telsoorten
Het is onmogelijk om in het kader van het meetnet alle inheemse soorten paddenstoelen te registreren. Dit vereist te veel deskundigheid en te veel tijd. Daarom zijn voor monitoring 110 soorten geselecteerd, die goed herkenbaar zijn en representatief voor de paddenstoelen in bossen op zandgrond, de telsoorten. Hiervan zijn er 59 indicatorsoorten, algemene paddenstoelen die iets zeggen over de milieukwaliteit van hun vindplaats. Daarnaast zijn er 51 Rode Lijst-soorten, bijzondere soorten die op de Rode Lijst staan van bedreigde en kwetsbare paddenstoelen. |
Telsoorten |
|
Meetpunten
Het paddenstoelenmeetnet bestaat uit meetpunten, waar door vrijwilligers de telsoorten worden geteld. De meetpunten zijn vooralsnog beperkt tot bossen en met bomen beplante bermen op zandige en lemige gronden, dus tot de duinen en grote delen van het noordoosten, oosten, midden en zuiden van het land. De meetpunten in bossen worden gevormd door proefvlakken van ongeveer 1000 m2, bijvoorbeeld 30x35 meter. In bermen zijn het proefstroken van 500 m2, bijvoorbeeld 125x4 meter. De meetpunten worden in het veld gemarkeerd en op een kaart nauwkeurig ingetekend, zodat ze goed zijn terug te vinden. Op het kaartje hiernaast is de verspreiding van de meetpunten in beeld gebracht. Het toont bovendien de verspreiding van de meetpunten over de fysisch geografische regio's. |
Meetpunten 2004
|
|
Tellingen
Op de meetpunten worden tijdens ieder bezoek de vruchtlichamen van alle voorkomende telsoorten geteld. Het is echter ook mogelijk om slechts één telsoort in een proefvlak te tellen, bijvoorbeeld een gemakkelijk herkenbare soort als de Vliegenzwam, of juist een bijzondere soort, bijvoorbeeld één van de Rode Lijst-soorten. De tellingen vinden eens per maand plaats in het seizoen waarin vruchtlichamen aanwezig zijn, gewoonlijk van augustus tot december, soms al vanaf juli. We tellen bij voorkeur bij voor paddenstoelen gunstige weersomstandigheden, tijdens of na een regenrijke periode. Ieder meetpunt wordt zo jaarlijks drie tot vijf keer geteld. Een meetpunt volgen we gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren, maar liefst langer. De resultaten worden interessanter naarmate een meetpunt langer wordt geteld. In de tot nu toe uitgezette meetpunten varieert het aantal telsoorten van één tot 25, het aantal getelde vruchtlichamen per bezoek van nul tot meer dan 1000. Het uitvoeren van een telling kost tussen 10 minuten en 2 uur. |
Meetpunten 2005
|
|
Tellers
Iedereen met belangstelling voor paddenstoelen, ervaren of onervaren, kan aan het meetnet meedoen. Het is ook een leuk en leerzaam project voor plaatselijke afdelingen van natuurorganisaties als KNNV en IVN. Neem bij belangstelling voor deelname contact op met de centrale coördinator. De keuze van de meetpunten wordt in overleg met deze coördinator bepaald. Iedereen die één of meer meetpunten adopteert, ontvangt een uitgebreide handleiding en een met kleurenfoto's geïllustreerde Gids voor de paddenstoelen in het meetnet. Bij het uitzetten van een meetpunt en de eerste tellingen is het in principe mogelijk om hulp te krijgen van een van de coördinatoren of een van onze regionale medewerkers. |
![]() NEM-gids |