Telformulieren invullen
Wat kan soms fout gaan?• Het aantal vruchtlichamen moet altijd ingevuld worden en in cijfers uitgedrukt worden. Aanduidingen als ‘massaal’, ‘-tig’, ‘ontelbaar’ en ‘oneindig’ kunnen we niet verwerken en kunnen niet met aantallen in andere jaren vergeleken worden. We geven toe dat het soms niet eenvoudig is om het aantal exemplaren te tellen zoals bij de Paarse dennenzwam, die in plakkaten samengroeit. Andere probleemgevallen zijn vergroeide exemplaren van stekelzwammen en de Echte tolzwam. Toch verzoeken we je nadrukkelijk om dan een schatting van het aantal vruchtlichamen te maken. Bij de Kleverige koraalzwam wordt vaak alleen het aantal groepjes opgegeven, maar een groepje bestaat vaak uit verschillende vruchtlichamen die het beste te tellen zijn als je naar de basis van de vruchtlichamen kijkt. • Met ingang van het seizoen 2003 is het invullen van de groepen niet langer nodig. • Probeer zo mogelijk het hele seizoen te tellen. In natte zomers staat de Hanekam er vaak al in juli en soorten als de Gestreepte trechterzwam, Groene schelpzwam en Dennenslijmkop bereiken hun optimum pas in november. Spreidt ook de tellingen zoveel mogelijk over het seizoen: dus niet drie tellingen met een week tussentijd en dan twee maanden niet tellen, maar probeer een keer in de vier weken te tellen. Dat kan ook drie of vijf weken zijn als dat in verband met de weersomstandigheden of persoonlijke verplichtingen beter uitkomt. • Als er tijdens een bezoek geen telsoorten waargenomen worden dan toch graag een bezoekdatum op het formulier invullen en het hokje ‘wel gelopen, geen telsoorten gezien’ aankruisen. • Als er in een proefvlak slechts één soort geteld wordt, zijn hiervoor aparte formulieren ontwikkeld waarbij het jaarformulier tevens als veldformulier dienst doet. In de kolom ‘telling’ kunnen de vruchtlichamen geturfd worden en in de kolom ‘totaal’ wordt het totaal aantal vruchtlichamen van die dag genoteerd. Hierin dus niet de aantallen van de vorige teldata verwerken. • Bij het invullen van de jaarformulieren worden soms vergissingen gemaakt, bijvoorbeeld het vermelden van aantallen vruchtlichamen een regel hoger of lager dan bedoeld. Deze verschrijvingen zijn voor ons vaak moeilijk te achterhalen. Je wordt daarom verzocht om de formulieren voor het opsturen nog eens zorgvuldig te controleren op zulke vergissingen. • Sommige tellers vermelden ook andere waargenomen soorten op de telformulieren. Deze kunnen door ons en het CBS niet worden verwerkt. Het beste kan je deze gegevens met datum en kilometerhok naar de landelijke paddenstoelenkartering sturen, waarna ze in het grote paddenstoelenbestand worden opgenomen. Hiervoor zijn speciale karteringsformulieren te krijgen. Je wordt dringend verzocht om van deze formulieren gebruik te maken. Als je gegevens naar de kartering stuurt dan niet meer de telsoorten van je proefvlak opgeven; anders worden ze dubbel opgenomen. Karteringsformulieren en een karteerdershandleiding kunnen per E-mail worden aangevraagd. • Tenslotte: Het blijkt dat de Bruine ringboleet (Suillus luteus) en de Gele ringboleet (Suillus grevillei) nogal eens met elkaar worden verward. De wetenschappelijke en de Nederlandse naamgeving zal hiervan de oorzaak zijn. De hoedkleur van de Gele ringboleet varieert van heldergeel tot oranjebruin, van de Bruine ringboleet van geelbruin tot chocoladebruin. Let in het veld vooral op de standplaats: De Gele ringboleet groeit alleen bij lariks en de Bruine ringboleet groeit bij den en soms bij spar, nooit bij lariks. • Formulieren graag vóór 1 januari inzenden (Antwoordnummer 7200, 3985 ZV Werkhoven) in verband met de tijdige verwerking van de gegevens, onder andere ten behoeve van de nieuwsbrief. • Nadat de gegevens door het CBS vertoetst zijn krijg je van het CBS een uitdraai van je tellingen met het verzoek deze te controleren op fouten en terug te sturen. Het is daarom van belang je veldformulieren of je veldboekje met de telgegevens zorgvuldig te bewaren. |